Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornisssen: ‘Gezamenlijk beslissen is laaghangend fruit’

INTERVIEW – Meer aandacht voor gezamenlijke besluitvorming en empowerment van de patiënt. Dat staat centraal in de nieuwe Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen. De aanbeveling voor een meer open attitude naar patiënten, kreeg unanieme steun binnen de werkgroep die de standaard ontwikkelde, vertelt voorzitter van de werkgroep Roel Verheul. Maar de capaciteit in specifieke psychotherapie stelde de groep voor een dilemma.

Herstel is voor patiënten met persoonlijkheidsstoornissen méér dan alleen symptomen wegnemen, zo staat er in de Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen. Persoonlijk en maatschappelijk herstel is voor hen minstens zo waardevol. In de behandeling moet het stimuleren van de kracht, eigen regie en verantwoordelijkheid van de patiënt daarom centraal staan.

Patiënt bij multidisciplinair overleg

‘Gezamenlijke besluitvorming is een van de vormen van het stimuleren van de eigen kracht van een patiënt. Een uitdaging voor professionals, maar tegelijkertijd schuilt hierin ook het “laaghangend fruit”‘, stelt voorzitter Roel Verheul. ‘Veel professionals staan hier heel erg voor open en zien het als een natuurlijke ontwikkeling die de zorg alleen maar kan verbeteren.’

Een van de manieren is bijvoorbeeld: de patiënt uitnodigen bij het multidisciplinair overleg. ‘Professionals zijn daar enthousiast over, ook al houdt het in dat het taalgebruik en discours van zo’n overleg zal moeten veranderen’, aldus Verheul. Begrijpelijk, vindt hij: ‘Als patiënt zou ik niks liever willen dan de gedachtewisseling van de experts over mijn casus horen.’

Op andere vlakken was er juist discussie binnen de werkgroep vertelt Verheul. ‘We hebben gekozen om specifieke psychotherapie aan te merken als eerstekeusbehandeling, boven generieke psychotherapie. Omdat de wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit daarbij steviger is. Maar het is bekend dat er momenteel te weinig capaciteit in specifieke psychotherapie is om deze aanbeveling uit te voeren’, legt hij uit. ‘Uiteindelijk hebben we dus gekozen voor het beschrijven van optimale zorg, niet van momenteel haalbare zorg. We verwachten dat de uitvoerbaarheidstoets dit gaat bevestigen. En dat vervolgens de randvoorwaarden voor een forse capaciteitsuitbreiding worden gerealiseerd.’

Grote verandering ten opzichte van richtlijnen

De aanbeveling om een andere attitude tegenover de patiënt aan te nemen, noemt Verheul een grote verandering ten opzichte van de vorige richtlijnen die zijn opgesteld. Die verandering bleek ook uit de rol van de patiënten en naasten binnen de werkgroep. ‘Zij waren nadrukkelijk aanwezig bij de totstandkoming van de standaard en kwamen goed beslagen ten ijs. Het is ons goed gelukt om hen vanaf het eerste moment mee te laten blazen in het orkest’, besluit Verheul.

De Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen is opgenomen in de database GGZ Standaarden.


Deel dit bericht via: