Zorgstandaard Psychose: patiënten vinden vóór het mis is

Over de periode vlak vóór een eerste psychose is de kennis in 10 jaar sterk toegenomen. Onder meer de nieuwe inzichten over deze Ultra Hoog Risico-periode zijn nu volledig beschreven in de nieuwe zorgstandaard. Werkgroepvoorzitter Wim Veling licht de belangrijkste punten uit.  

Schade voorkomen vóór eerste psychose:

‘Hoe eerder we erbij zijn, hoe beter, is de afgelopen jaren gebleken. Als we er vroeg bij zijn, kunnen we meer schade voorkomen en is het verloop van de genezing veel beter. Vroeg screenen op verhoogd risico is dus belangrijk, maar hoe dat moet was nog niet duidelijk beschreven. De laatste richtlijnen waren van 7 of 8 jaar geleden en het onderzoek naar risicoscreening is nog relatief recent.’

Direct screenen op UHR:

‘Als iemand hulp zoekt bij psychische klachten, is het devies nu om direct goed te screenen op het risico op een psychose. Hoe dat moet, en wat je kunt doen als er inderdaad sprake is van Ultra Hoog Risico (UHR), staat duidelijk beschreven in de nieuwe zorgstandaard.

Natuurlijk is de Ultra Hoog Risico-periode maar één van de fasen. De zorgstandaard gaat over diagnostiek en behandeling van alle fasen van psychotische stoornissen: van het eerste stadium, UHR tot het stadium van ernstige aanhoudende problematiek.’

Milde, preventieve interventies:

‘Met relatief milde en toegankelijke preventieve interventies kan de kans op een eerste psychose gehalveerd worden en de kans op recidive neemt ook af. UHR-Patiënten zijn vaak heel gestresst. Het is bijvoorbeeld belangrijk om hen goed uit te leggen wat er gaande is, en hen te helpen om grip op hun gedachten te krijgen. Het zijn geen heftige interventies.

We hebben er overigens voor gekozen om ons in de zorgstandaard te beperken tot de echte psychotische stoornissen, waarvan schizofrenie de belangrijkste is. Psychose-symptomen komen ook voor bij andere stoornissen zoals manische depressiviteit en borderline persoonlijkheidsstoornis, maar vergen daar een andere aanpak.’

Regie overnemen? Zo kort mogelijk:

‘Zoals in het hele vakgebied is ook hier het uitgangspunt: zoveel en zo lang mogelijk autonomie aan de patiënt laten. Toch bereik je soms een punt waarop je de regie wel móet overnemen. Het is dan de kunst om dit zo kort mogelijk te doen en in overleg met de patiënt en diens omgeving. Weeg steeds gevaar en risico af. Achteraf kom je er vaak prima uit met een patiënt. Niet zelden is iemand achteraf blij met jouw ingrijpen.’

Blijf in overleg met naasten:

‘Als behandelaar ben je vaak slechts een passant in het leven van de patiënt. De familie is er al zijn of haar hele leven bij betrokken. Dat wordt vaak vergeten. Dus: blijf in gesprek met alle mensen die er toe doen rondom een patiënt.’

Raadpleeg de Zorgstandaard Psychose via de database ggzstandaarden.nl


Deel dit bericht via: