Generieke Module Vaktherapie: Gemeenschappelijke taal voor de disciplines

Er is vaak nog onduidelijkheid binnen de ggz: wat is precies de plek en rol van de vaktherapeut in het behandeltraject? De Generieke Module Vaktherapie geeft helderheid. Bovendien is de module erin geslaagd een gemeenschappelijke taal te scheppen voor de verschillende disciplines binnen vaktherapie. Irene Rentenaar, directeur van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB) en patiëntvertegenwoordiger Monique Wilmer vertellen waarom de module een grote vooruitgang is voor het vakgebied.

De zeven disciplines binnen vaktherapie hebben één gemene deler: ze behandelen allemaal door te ‘doen’. Beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie (PMT) en psychomotorische kindertherapie en speltherapie, werken op deze manier. Irene Rentenaar: “Door te doen, krijgt de patiënt krijgt een bepaalde ervaring, aan de hand waarvan hij of zij verder ontwikkelt. Die ervaring geeft ingangen om het gedrag aan te passen.”

Eenduidige taal

Vaktherapie is divers: elk van de zeven disciplines hanteert binnen het denken, voelen en handelen van een patiënt eigen, beroepsspecifieke interventies in diagnostiek of behandeling.” Die verschillen maakten het niet altijd eenvoudig om de juiste therapie te bepalen. Terwijl huisartsen juist steeds vaker willen verwijzen naar vaktherapie, vanwege de tendens om zo licht mogelijk te behandelen. Met de generieke module hebben de vaktherapeuten voor het eerst een eenduidige taal, om uit te leggen wat hun bijdrage is in een behandeltraject.

Uitgangspunt voor onderhandeling

“Een enorme stap voorwaarts”, stelt Rentenaar. “Het is nu voor iedereen duidelijk beschreven wat je kunt bereiken met vaktherapie en hoe dit in de multidisciplinaire programma’s past. We behandelen als vaktherapeuten bijvoorbeeld niet de stoornis zelf, maar onderliggende, transdiagnostische factoren, zoals emotieregulatie. Dat was nog nooit zo benoemd. “ Hiermee helpt de generieke module om aan zorgmanagers duidelijk te maken waarom vaktherapie in een bepaald zorgprogramma past. Bovendien geeft de nieuwe module een beter uitgangspunt voor onderhandelingen met gemeenten. “De erkenning die de module geeft, draagt bij aan positionering van vaktherapie binnen de vergoede zorg.” Patiënten zijn, mede daardoor, bijzonder blij met de module, voegt ze toe. “Vaktherapie wordt door hen en hun naasten enorm gewaardeerd. Voor patiënten is het heel belangrijk dat dit binnen de verzekerde zorg behouden blijft.”

Andere ingang

Dat beaamt patiëntvertegenwoordiger en ervaringsdeskundige Monique Wilmer. “Vaktherapie wordt vaak als onderdeel van een behandeling beoordeeld en niet op zichzelf. Dat maakt het snel ondergewaardeerd. Deze therapie is een wezenlijk andere ingang dan ‘met iemand praten’. Ik heb verschillende vormen ervaren, en kwam met vaktherapie veel dichter bij mijn emoties. De benadering is veel meer primair.”

Wilmer zorgde in de werkgroep die de module tot stand bracht, voor brede input door een enquête uit te voeren onder patiënten: “Ik had niet het gevoel dat ik zelf iedereen kon vertegenwoordigen. Bovendien wilde ik weten wat mensen willen, als het om vaktherapie gaat. De beroepsgroep is er bovendien een die patiëntinbreng erg waardeert.“

Keuzes

Voor patiënten kon de module niet concreet genoeg zijn, vertelt Wilmer. “Welke interventie, wanneer helpt en hoe dat er dan uitziet? Die vragen willen ze graag beantwoord zien. Als een patiënt nog onbekend is in het vakgebied, kan de generieke module hem of haar helpen in de keuze voor een therapie. Voor wie al enige kennis ervan heeft, had de module nog specifieker mogen differentiëren tussen de disciplines. “Doordat we alle verschillende disciplines moesten verenigen, wordt de soep logischerwijs iets verdund”, begrijpt zij. “Het liefst zie ik een handleiding die vertelt waarom je, bijvoorbeeld bij angstklachten, goed voor dans- of juist voor dramatherapie kunt kiezen. Dat is een ontwikkelingsslag die we nog kunnen maken.”

De werkgroep kijkt terug op een intensieve, maar waardevolle periode. “Het is echt nog niet gewoon om de cliënt als gesprekspartner te vragen. Ik vond het bijzonder om te zien dat we met hele verschillende groepen aan tafel zaten en iedereen de energie leverde om tot deze module te komen.”

De Generieke module Vaktherapie is te raadplegen via ggzstandaarden.nl.


Deel dit bericht via: