Laat de zorg aansluiten bij élke patiënt

Een zorgaanbieder moet er zijn voor alle bewoners in de betreffende gemeente of regio, dus ook voor mensen met een andere culturele afkomst. De nieuwe Generieke module Diversiteit helpt professionals en aanbieders om hier rekening mee te houden. Vier deskundigen aan het woord over de generieke module. “Deze module is een grote stap vooruit. Het biedt een goed overzicht van wat beschikbaar is en wat werkt én van de witte vlekken.”

Evert Bloemen is arts, senior adviseur en trainer bij Pharos, Expertisecentrum Gezondheidsverschillen. Hij was voorzitter van de werkgroep die de Generieke module Diversiteit heeft opgesteld.
Rob van Dijk is medisch antropoloog en werkzaam bij Parnassia Groep. Als adviseur diversiteitsmanagement wil hij de ggz meer toegankelijk maken voor mensen met een migratieachtergrond door bestuur, management, teams en professionals te adviseren over de zorg aan een divers samengestelde patiëntenformatie.
Samrad Ghane is gz psycholoog, medisch antropoloog en senior onderzoeker, werkzaam bij Parnassia en Equator (Arq). Voor de ontwikkeling van deze module droeg bij vanuit wetenschap en praktijkkennis.
Ronald van Noort is voorzitter van de cliëntenraad van i-Psy, specialist in interculturele psychiatrie (onderdeel van Parnassiagroep). Zijn rol was om zoveel mogelijk mensen met een niet-westerse achtergrond te laten meelezen en meedenken over deze generieke module en inhoudelijk van commentaar te voorzien.

Diversiteit is een breed begrip. Waar gaat deze generieke module over?

Bloemen: “De focus van deze module is culturele diversiteit. De toegang tot de zorg en de kwaliteit van zorg moet aansluiten bij elke patiënt. De module geeft tips en adviezen die je als zorgverlener helpen om aan te sluiten bij de persoon die voor je zit met een andere culturele achtergrond.”

Van Dijk: “Oog hebben voor culturele diversiteit is overigens niet alleen van belang voor migranten, dat is een grote misvatting. Culturele verschillen tussen stad en platteland, tussen Katwijk en Den Haag, of religie-gerelateerd, werken evenzeer door in de behandelrelatie.”

Waarom is het belangrijk dat er in de ggz aandacht is voor diversiteit?

Bloemen: “Aandacht voor diversiteit in de zorg is iets van de afgelopen decennia, maar er zijn helaas nog steeds signalen dat het beter moet. Mensen met een migratieachtergrond komen wel in de ggz, maar er is ook veel uitval.”

Ghane: “Het zorgsysteem is teveel aanbodgericht en daardoor ook generiek. Wat wij doen sluit onvoldoende aan bij de behoefte, achtergrond en context van deze patiënten.”

Van Dijk: “Ook houdt de zorg nog te weinig rekening met de verschillen in gezondheid naar herkomst. Voortdurend krijgt de zorg te maken met nieuwe groepen, denk aan vluchtelingen of arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Het ontstaan en bestaan van categorale ggz-voorzieningen laat zien dat de reguliere zorg nog niet voldoet.”

Bloemen: “Een zorgaanbieder moet er immers zijn voor alle bewoners in de betreffende gemeente of regio, dus ook voor mensen met een andere culturele afkomst. Deze module helpt aanbieders om hier rekening mee te houden.”

Hoe kan er in de ggz beter rekening gehouden worden met diversiteit?

Van Dijk: “Ten eerste gaat het om het verbeteren van de culturele competenties bij behandelaren; ten tweede de organisatorische competenties en ten derde de beschikbaarheid van aansluitende en cultureel gevalideerde diagnostische instrumenten en behandelvormen. We werken met instrumenten die geen of onvoldoende  rekening houden met diversiteit, terwijl we uit de praktijk weten dat dit wel degelijk van belang is. De Generieke module Diversiteit geeft een overzicht van geschikte instrumenten en behandelvormen.”

Bloemen: “Cultuursensitiviteit is van groot belang. Wees je als zorgverlener bewust van de invloed van herkomst en culturele aspecten en pas de zorg en ondersteuning hierop aan.”

Van Noort: “Zo moet je mensen met een niet-westerse achtergrond anders benaderen dan we in Nederland zijn gewend. Denk aan de familieband die in sommige culturen veel sterker is, en dus ook betrokkenheid van familie in het zorgproces. Of de rol van een geestelijke zoals een pandit of een imam, die in sommige culturen eerder geraadpleegd wordt bij psychische problemen dan de huisarts. Maar ook de relatie die je als behandelaar opbouwt met een patiënt kan heel anders zijn – soms lastiger – met iemand met een andere culturele achtergrond. De taalbarrière of de tussenkomst van een tolk is hierop van invloed.”

Geef nog eens een voorbeeld: wat moeten behandelaars vooral niet doen?

Van Dijk: “Uitgaan van culturele stereotypen. Denken dat wat over de cultuur van een groep beschreven staat, een-op-een geldt voor elk individu die tot die groep behoort. Ieder mens maakt op een unieke manier gebruik van zijn culturele repertoires. We moeten waken voor etnisch hokje denken. In dit kader kan het Cultural Formulation Interview, beschreven in de generieke module, behulpzaam zijn. Deze vragenlijst is gericht op de manier waarop cultuur doorwerkt op essentiële aspecten van het klinische beeld en de behandeling.

Hoe werkt het Cultural Formulation Interview dan?

Ghane: Het is een hulpmiddel om de diagnostiek en behandeling beter af te stemmen op de patiënt, en dus om vraag- en contextgericht te werken. Het interview is overigens geschikt voor elke patiënt, niet alleen voor mensen met een migratieachtergrond. De vragen helpen je als behandelaar om kennis te maken met de persoon in plaats van de patiënt. Daarbij breng je diens context en beleving in kaart, net als zijn verwachtingen en wensen ten aanzien van de zorg.

Hoe kan de gepubliceerde module volgens jou bijdragen aan kwaliteit van zorg?

Van Dijk: “Uit de praktijk kennen we veel zinnige en werkbare interventies die helpen rekening te houden met culturele diversiteit in de ggz. Hoewel sommige daarvan (nog) niet evidence based zijn, zijn professionals overtuigd van hun belang. Er is voor deze interventies draagvlak en zodoende staan ze in deze generieke module beschreven. In die zin is deze module een grote stap vooruit. Het biedt een goed overzicht van wat beschikbaar is en wat werkt én van de witte vlekken.”

Van Noort: “Patiënten zijn vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van deze module. Dat geeft echt een ander resultaat dan wanneer er voor de patiënt conclusies worden getrokken. Ik ben heel blij dat deze generieke module er is. Het is een belangrijke eerste stap naar multiculturele zorgverlening. Eenieder die in de zorg zit, of dat nu is als behandelaar, patiënt of naaste, zou ik willen oproepen om deze generieke module te lezen en te leren wat je hiervan zelf in de praktijk kunt toepassen.”


Waar te vinden?


Deel dit bericht via: