Aanleiding

Een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking heeft problemen met seksualiteit of genderidentiteit, waarvan seksuele disfuncties de meest voorkomende zijn. Onderkenning van seksuele problematiek en handelingsverlegenheid komt veel voor in de zorgpraktijk, waardoor seksuele problematiek vaak niet wordt gesignaleerd en onvoldoende adequaat wordt behandeld. Seksuele problemen kunnen en moeten in de brede zorg worden herkend, gesignaleerd en besproken. Dit geldt voor huisartsen en psychologen in de eerste en tweede lijn, maar ook voor verloskundigen die anticonceptiegesprekken voeren en te maken krijgen met seksuele problemen van de vrouwen, voor verpleegkundigen in de zorg voor mensen met een chronische ziekte, voor de ARBO-arts die te maken krijgt met een niet-functionerende werknemer omdat die seksverslaafd is enzovoort. Daarnaast kan gedrag dat voortkomt uit parafiele verlangens, bijvoorbeeld seks met kinderen, schadelijk zijn voor derden. De forensische setting is daarom ook relevant. Seksuele gezondheid (in de brede zin) levert een belangrijke bijdrage aan het geestelijk welbevinden, zo blijkt uit Nederlands onderzoek naar de seksuele gezondheid. Het is dus van groot belang dat er gestandaardiseerde werkwijzen ontwikkeld worden voor het signaleren, de diagnostiek en behandeling, inclusief nazorg, van stoornissen op het gebied van seksualiteit en genderidentiteit.

Doelstelling

De zorgstandaard Seksuele Stoornissen heeft als doel het optimaliseren van de zorg aan mensen met deze seksuele problemen en een bijdrage te leveren aan de handelingsbekwaamheid van hulpverleners op het gebied van signaleren, bespreekbaar maken, diagnostiek en behandelen van seksuele stoornissen.

Werkwijze

In de werkgroep zijn relevante partijen rond seksuele stoornissen vertegenwoordigd, waaronder beroepsverenigingen en patiëntenvertegenwoordigers. Relevante zorgmodules worden ontwikkeld volgens de methode van de Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO-modules). De basis voor deze modules is een samenvatting en beoordeling van de beschikbare evidentie in de wetenschappelijke literatuur. De aanbevelingen voor de praktijk zijn gebaseerd op de wetenschappelijke evidentie samen met de professionele kennis van experts uit het veld en de ervaringsdeskundigheid van patiënten. Daarbij wordt ook gekeken welke zorg acceptabel is voor patiënten (conjunct analyse) en naar de doelmatigheid van passende zorg (budget impact analyse (BIA)).

Verwachte resultaten

De zorgstandaard wordt opgeleverd inclusief een beschrijving van de inhoud van zorg en de organisatie van het zorgproces, een set met bijbehorende meetinstrumenten/ indicatoren en een proefimplementatie. Daarnaast worden de volgende producten ontwikkeld: een samenvatting, een patiëntversie en een onderhoudsplan voor de zorgstandaard. De zorgstandaard is zo geformuleerd dat er directe aansluiting is op de in ontwikkeling zijnde zorgstandaard transgenderzorg.